Europees referentiekader
13-07-2006
Niveau indeling volgens het Europees Referentiekader
A1, Overleving
De deelnemer kan:
*In vertrouwde situaties eenvoudige informatie en instructies verstaan als de gesprekspartner langzaam en duidelijk spreekt;
*Op simpele wijze reageren, vragen stellen en beantwoorden, op voorwaarde dat de gesprekspartner bereid is om te helpen;
*Zichzelf aan anderen voorstellen, persoonsgegevens verstrekken en eenvoudige mededelingen over werk, familie, familie, het weer ect.;
*Delen begrijpen van korte opschriften, berichten en mededelingen over een bekend onderwerp;
*Persoonsgegevens weergeven op briefjes en formulieren.
A2, Samenwerking
De deelnemer kan:
*De hoofdzaken en enkele details verstaan in spontane gesprekken over concrete zaken;
*Een korte conversatie voeren over zowel zakelijke als niet-zakelijke alledaagse kwesties, ook aan de telefoon;
*In eenvoudige bewoordingen aspecten van de eigen achtergrond en de onmiddellijke omgeving beschrijven;
*De essentie begrijpen van eenvoudig geschreven brieven, bedrijfsinformatie, krantenartikelen en andere teksten over een bekend onderwerp;
*Zich op eenvoudige wijze uitdrukken in een beperkt aantal tekstvormen.
B1, Onafhankelijkheid
De deelnemer kan:
*De belangrijkste details begrijpen van een groot aantal gesproken teksten over alledaagse en beroepsmatige onderwerpen;
*Zelfstandig het gesprek gaande houden in alledaagse situaties, ook in de beroepsmatige sfeer;
*Ervaringen, gebeurtenissen, processen en projecten beschrijven en kort meningen en plannen toelichten;
*De essentie en relevante details begrijpen uit standaardteksten over bekende zakelijke en niet-zakelijke onderwerpen;
*Een eenvoudige, goedlopende brief of tekst produceren over een bekend onderwerp, gebaseerd op alledaagse routine.
B2, Interactie
De deelnemer kan:
*Discussies tussen 3 of 4 deelnemers volgen en een grote variatie aan gesproken teksten begrijpen, ook als er sprake is van omgevingslawaai;
*Zo spontaan converseren dat een uitwisseling met moedertaalsprekers voor beide partijen weinig extra inspanning met zich meebrengt;
*Een actieve rol spelen in overlegsituaties en met voorbereiding presentaties geven;
*Tot in detail een redelijk ingewikkelde tekst begrijpen, met inbegrip van technische beschrijvingen uit het eigen vakgebied;
*Diverse soorten zakelijke en niet-zakelijke teksten opstellen, die ter correctie worden voorgelegd aan een moedertaalspreker.
C1, Integratie
De deelnemer kan:
*De meeste details van gesproken teksten begrijpen en de achterliggende gedachte ervan herkennen;
*Flexibel en effectief omgaan met de taal in sociale en beroepsmatige stuaties, zonder naar woorden te moeten zoeken;
*Voor toehoorders een duidelijk gestructureerde en gedetailleerde gesproken tekst te produceren, ook over abstracte onderwerpen;
*De details en nuances begrijpen van een grote variatie aan geschreven teksen, zonder moeite te hebben met de lengte en complexiteit ervan;
*Met zeer weinig fouten een duidelijke, gedetailleerde geschreven tekst produceren, ook over een specialistisch onderwerp.
C2, Perfectie
De deelnemer kan:
Alles wat hij/zij hoort of leest gemakkelijk begrijpen zonder een woordenboek te hoeven gebruiken;
*Zichzelf vloeiend en precies uitdrukken, nuances in betekenis aanbrengen en tal van idiomatische verbindingen en uitdrukkingen toepassen;
*Bij diverse gelegenheden zowel voorbereidt als onvoorbereid spreken in het openbaar over complexe onderwerpen;
*Met een zeer grote mate van accuratesse zeer uiteenlopende soorten teksten opstellen en redigeren.
|